venster sluiten

INLOGGEN

Wat elk lid eigenlijk uit zijn hoofd zou moeten kennen: de gedragscode voor onze wielergroep. Het ter harte nemen van de inhoud voorkomt de problemen waarin we van tijd tot tijd geraken: te weinig omzien naar elkaar, te hard rijden en gevaarlijke situaties. De tekst uit 2012 is nog steeds actueel.

 

Gedragscode Wielergroep  IJsclub Voorwaarts Katwijk

Versie: 01 definitief

Datum: 7 mei 2012

Samensteller(s): Technische Commissie

 

Introductie

Dit document beschrijft de gedragscode van de wielergroep van de IJsclub Voorwaarts Katwijk. De gedragscode is bedoeld om duidelijkheid te scheppen tijdens de gezamenlijke fietsritten van de vereniging in het kader van:

  • veiligheid: het voorkomen van ongevallen;
  • het voldoen aan wettelijke verplichtingen;
  • het creëren van een positief imago voor sportieve fietsers in het algemeen en specifiek voor de vereniging (we rijden in clubkleding);
  • het omgaan met niveauverschillen in de groep.
  • de zorg voor een optimaal milieu.

Leden van de wielergroep worden geacht zich aan deze gedragscode te conformeren, evenals eventuele introducés.

De gedragscode kan een gevoel van moralisme oproepen (het wijzende vingertje). Veel zaken beschouwt men wellicht als normaal, de bekende open deuren. De vereniging vindt dat  een gedragscode hoort bij een vereniging, al is het alleen al om het bewustzijn van gedrag in bovengenoemde kaderstelling te verhogen.

 

NTFU-gedragcode  gedragscode_mtb

 

Wetgeving en eigen verantwoordelijkheid

 Bij het fietsen in groepen blijft elk individu verantwoordelijk voor zijn of haar eigen gedrag. Iedereen houdt zich aan de verkeersregels en voldoet aan andere wettelijke verplichtingen. Deelnemers volgen aanwijzingen op van gezagsdragers als politie, hulpverleners en verkeersregelaars.

Een ieder dient zich bewust te zijn dat het rijden in groepen risico’s met zich meebrengt. Op korte afstand achter en naast elkaar rijden betekent weinig zicht voor de volgers. Je vertrouwt op signalen van voorgangers en bij plotselinge gebeurtenissen kan de remweg (te) kort zijn.

De vereniging benadrukt dat het individu in elke situatie zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar gedrag en dat het individu verantwoordelijk gehouden kan worden (bijvoorbeeld door de wetshandhaver) voor gevolgen ontstaan uit collectief gedrag. Illustratief is de jurisprudentie als gevolg van een ongeval in Noord Holland [1].

 

Deugdelijk materiaal

Deelnemers dragen zorg voor deugdelijke materiaal. Het mooie is dat een deugdelijke fiets, goede kleding en voeding hand in hand gaan met je welbevinden en je fietsplezier.

 

Fiets

De fiets is technisch in een goede conditie. De remmen functioneren goed. De banden zijn goed (voorkomen van een klapband of een afloper kan een ongeluk voorkomen). De fiets heeft geen schade, zodanig dat de kans op een ongeval wordt verhoogd (bijvoorbeeld een kleine framebreuk of een slag in het wiel). De fiets heeft een bel. Je voert verlichting bij avond- en nachtritten. Voor pech onderweg zorg je voor minimaal materiaal om lekrijden op te lossen. Een minitooltje met gereedschap, een kettingpons en een kettinglink (powerlink of missing link van het type ketting van je fiets) zijn eveneens zaken waar je een groot oponthoud van de groep mee kunt voorkomen.

 

Kleding

UnknownDe juiste kleding kan effect hebben op de kans op een ongeval. Draag kleding die bij de weersomstandigheden en je inspanningsniveau past. Zorg voor goed passende kleding. Het dragen van een fietshelm is tijdens het fietsen te allen tijde verplicht.

 

Voeding

Voeding heeft effect op je welbevinden en kan daarom ook effect hebben op veiligheid. Zorg voor voldoende eten en drinken, passend bij het type activiteit en de weersomstandigheden.

 

Mobiele telefoon

Hoewel dit niet verplicht is, strekt het tot aanbeveling een mobiele telefoon mee te nemen. Programeer één of meerdere In Case of Emergency nummers in je telefoon, zodat bij ongevallen snel je thuisfront kan worden ingeschakeld. Programmeer ICE, ICE1, ICE2, etc in je telefoon met bijbehorend telefoonnummer. ICE is internationaal erkend als hulp bij het afhandelen van ongevallen. Het is overigens ook handig om het telefoonnummer van het clubgebouw in je telefoon op te slaan (0714027098).

 

Identificatie

Meenemen van een identificatie is een wettelijke verplichting. Bedenk ook dat dit kan helpen bij het afhandelen van ongevallen. Het is eveneens een goede gewoonte ICE nummers op papier bij je te dragen of in je zadeltasje mee te nemen. Ook een mobiele telefoon kan leeg zijn, of je kan niet meer in staat zijn je telefoon te deblokkeren.

 

EHBO set

Neem als dat enigszins mogelijk is EHBO materiaal mee.

 

Concreet gedrag tijdens ritten

Ervaren fietsers staan er soms nauwelijks bij stil. Het rijden in groepen vereist kennis, vaardigheden en ervaring. De praktijk wijst uit dat nieuwkomers moeten wennen aan het rijden in groepen. Ook ervaren rijders maken (beruchte) fouten. Wie herkent niet een ervaren rijder die bij het omkijken toch direct van zijn koers afwijkt?

Een belangrijk middel voor het borgen van veiligheid is het aan elkaar signaleren om zo te zorgen voor  veilig collectief gedrag en te waarschuwen voor potentieel gevaar. Zowel roepen als gebaren zijn belangrijke signaalgevers. Bedenk dat roepen zo nodig nóg belangrijker is dan gebaren. Reactiesnelheid van de stem is hoger en gebaren kunnen vaker worden gemist. Streef naar roepen en gebaren.

Dit is de procedure:

  • De voorste rijder geeft een teken door naar zijn directe achterliggers. De ontvanger seint het teken vervolgens door naar zijn direct achterliggers. Een teken kan zijn roepen, een handgebaar of een combinatie.
  • Stoppen: uitroep “STOP” en een arm omhoog steken.
  • Starten: uitroep “VRIJ” en eventueel een wuivend gebaar naar voren.
  • Bij het naderen van een kruising, zijweg of splitsing wordt er als volgt gehandeld. De voorste rijders steken een arm in de lucht en roepen “VOORZICHTIG”. De groep past de snelheid aan, aan de situatie. De voorste rijders roepen “VRIJ”. De groep kan de zijweg passeren of oversteken. Nota bene: je blijft als individu verantwoordelijk om de situatie zelf in te schatten en te stoppen als dat nodig is. Waarschuw te allen tijde directe achterliggers. Het naderen van een kruising, splitsing of zijweg wordt vaak gecombineerd met het navigeren door te roepen “RECHTDOOR”, “LINKS” of “RECHTS”. In ieder geval geven de voorste rijders duidelijk richting aan door het uitsteken van de hand. Gelang de omstandigheden wordt dit door deelnemers herhaald. (NB. als individuele rijder ben je dat formeel verplicht altijd richting aan te geven).
  • Bij het naderen van een tegenligger of een obstakel links van de weg: roepen “TEGEN”. Er worden daarbij altijd handgebaren gemaakt door met de hand achter de rug voor de achterligger te wijzen naar het obstakel en/of koersverandering aan te geven met wuiven.
  • Bij het naderen van een tegenligger rechts van de weg: roepen “VOOR”. Dit wordt eveneens geroepen bij het inhalen van een weggebruiker of een obstakel. Ook hier wordt dit altijd vergezeld van een handgebaar achter de rug voor de direct achterliggers.
  • Achteropkomend verkeer met de intentie om de groep in te halen wordt consequent aangeduid door luid roep: “ACHTER”. Vaak wordt de aard van de verkeersdeelnemer eveneens aangegeven: “AUTO ACHTER”, “FIETSERS ACHTER”.
  • Onverwachte koersverandering worden voor directe achterliggers altijd aangegeven met wuifgebaren achter de rug.
  • Een vernauwde rijbaan met onvermijdelijk invoegen komt voor. Roep “RITSEN”, of “INVOEGEN”. Verminder vaart, geef rijders de kans om in te voegen en geeft dat zo nodig aan (“GA MAAR”)..
  • Een paal is een zeer veel voorkomend verschijnsel. Het negeren van een paal kan zeer verstrekkende gevolgen hebben. Een paal wordt consequent aangegeven door hard te roepen “PAAL”. Eventuele volgende palen worden door hard roepen aangegeven, ook al staan ze nog zo dicht tegen elkaar en lijkt het allemaal duidelijk, denk aan een klein bruggetje met aan weerszijde een paal in het midden.
  • Als is de route nog zo bekend, obstakels worden altijd en consequent aangegeven met roepen en gebaren.
  • Lek rijden of bij pech: roep “LEK”.

 

Naast dit waarschuwingssysteem volgen hier de richtlijnen voor het gedrag:

  • Is een signaal naar medeweggebruikers aan de orde? Gebruik je fietsbel. Ga niet schreeuwen en blijf beleefd. Geef alleen een schreeuw in gevallen waarin je acuut gevaar wilt voorkomen.
  • Geef tijdig richting aan. Maak geen onverwachte bewegingen. Twijfel je aan de route? Stop niet plotsklaps of sla plotseling af. Zorg bij omkijken dat je koersvast blijft.
  • Houd bij het rijden in groepen je handen bij de remmen. Dit betekent bij een racefiets, je handen op de remmen of je handen in de beugels. Bij een MTB je handen bij de remmen. Het is niet toegestaan in groepen je handen in het midden van het stuur te houden of te rijden met losse handen.
  • Pas je snelheid aan als dat nodig is. Denk daarbij aan drukte, inhalen, invoegen, smalle wegen, het rijden door dorpen en bebouwde kom, toenaderend verkeer dat inschattingsfouten kan maken en een weg vol obstakels (bijvoorbeeld de Haarlemmer ringvaart met op sommige stukken talloze obstakels). Houd eveneens rekening met de weersomstandigheden.
  • Bedenk dat een groep wielrenners een intimiderend gevoel kan opleveren bij andere weggebruikers. Andere weggebruikers kunnen soms ook de snelheid van de sportievere fietser verkeerd inschatten (te laag). Houd rekening met de perceptie van medeweggebruikers door de snelheid aan te passen en/of de groep smaller te maken.
  • Houd je aan aanwijzingen van de wegcaptain.
  • Telefoneer onder geen enkele voorwaarde tijdens het fietsen.
  • Luister onder geen enkele voorwaarde naar muziek tijdens het fietsen.
  • De route is de keuze van de wegcaptain. Ook hier geldt, je hebt ook een eigen verantwoordelijkheid. Het duinpad is op een mooie zomerse dag in het weekend echt geen alternatief voor een groep wielrenners. Let bij de route op de grootte van de groep. Is de groep groter dan 5, 6 renners, dan is een alternatief op de weg naast het fietspad wellicht veiliger dan het fietspad zelf.
  • Bij rijden in een formatie (treintje, carrousel, etc), zorg dan onderling voor goede afspraken. De wegcaptain is hiervoor verantwoordelijk. Zorg ook dat je de afspraken kent of zorg dat er afspraken komen als je merkt dat ze er niet zijn. Spreek bijvoorbeeld af in welke richting er gedraaid wordt, wie het initiatief tot overnemen neemt, et cetera.
  • Bij pech rijdt iedereen naar een veilige plek. Ga indien mogelijk van de weg of het fietspad af.
  • Rijdt alert en geconcentreerd. Dit lijkt een (wellicht moralistische) open deur. Bedenk dat je alertheid en geconcentreerdheid als tweede natuur kunt aanleren. Bijna iedereen rijdt auto en iemand met een beetje ervaring kent het principe. Op de fiets is dit niet anders en het is feitelijk nog gecompliceerder als gevolg van het rijden in een groep.
  • Let op de groepsgrootte. Dit is een verantwoordelijkheid van de wegcaptain, maar je hebt hierin ook zelf een verantwoordelijkheid. Bespreek eventueel de groepsgrootte als je vindt dat deze te groot is. Richtlijn: maximaal 10 à 12 personen per groep.
  • Eet en drink op de fiets op een juist moment. Pak een herstelmoment en zorg voor dat de verkeerssituatie en de staat van het wegdek veilig eten of drinken toelaten.
  • Gooi afval niet op straat, neem het mee of gooi het weg in een afvalbak.
  • Tijdens klimmen kan het gebeuren dat de fiets een tiental centimeters naar achteren schiet als je vanuit zittende positie gaat staan met het aantikken van je directe achterligger als resultaat en een potentiële val. Probeer te voorkomen dat je fiets naar achteren schiet en houd als directe achterligger rekening met dit effect.

 

Evalueren

Het wordt sterk aanbevolen gedrag met elkaar te bespreken. Er kunnen allerlei regels worden bedacht, maar de verantwoordelijkheid ligt uiteraard bij de groep en het individu zelf. Bespreek hoe je zou moeten handelen. Probeer te leren van situaties die zich hebben voorgedaan en van eventuele ongevallen. De praktijk leert dat het bespreken zeker gebeurd, bewustwording van het bespreken en het achterliggende doel helpt ook de veiligheid te verhogen.

 

Inspanningsniveau

Moeheid kan resulteren in concentratieverlies en minder alert rijden. Zorg dat je inspanningsniveau past bij de groep waarin je rijdt. Desalniettemin kun je het niveau verkeerd hebben ingeschat en ook als het niveau normaal gesproken bij je past kun je een slechte dag hebben. Zorg dat als je moeheid te groot wordt voor overleg met de teamcaptain. De teamcaptain kan beslissen over het tempo of bijvoorbeeld het splitsen van de groep. Vermijd kopwerk en blijf in de zuiging rijden. Elke rijder met een beetje ervaring heeft hiervoor begrip.

 

 Wat doen bij een ongeval?

Het is niet de vraag of er een ongeval plaatsvindt, maar wanneer. Bij ongevallen wordt er als volgt gehandeld:

  • Zorg allereerst voor je eigen veiligheid en vervolgens de veiligheid van anderen.
  • Waarschuw andere weggebruikers, zodat er niet nog meer weggebruikers bij betrokken worden.
  • Verleen, zo goed mogelijk, EHBO aan het slachtoffer / de slachtoffers.
  • Beoordeel of de ambulance en / of de politie ter plaatse moet komen. Zo ja, bel 112!
  • Een slachtoffer gaat nooit alleen met de ambulance mee.
  • Zorg er voor dat de familie wordt ingelicht. Raadpleeg zo mogelijk het ICE-nummer in de GSM van betrokkene.
  • Zorg voor het afvoeren van de fiets van het slachtoffer (en van degene die als begeleider met hem mee gaat de ambulance in) of zorg voor een goede, tijdelijke opslag.

 

Omgaan met niveauverschillen

Introductie

De wielervereniging is aangesloten bij de NTFU. De NTFU is een vereniging voor toerfietsen (in tegenstelling tot de KNWU die gericht is op wedstrijden rijden). Ook in een toerclub zijn er verschillen van inzicht. Er zijn mensen die lekker een stukje willen fietsen met elkaar en uitgaan van “samen uit samen thuis”, niveauverschillen zijn dan niet belangrijk en men past zich aan de langzaamste rijders aan. Er zijn ook groepen die sportief rijden een must vinden, waarbij een bepaalde mate van  competitieve instelling  aanwezig is. De vereniging wil beide groepen de ruimte bieden om plezier te beleven aan het wielrijden (of wielrennen). Om teleurstellingen achteraf te voorkomen is het karakter van diverse ritten vastgelegd. Zo weet men bij gezamenlijke ritten vooraf wat de bedoeling is en kan men de beste keuze maken.

Onderverdeling in toer, C, B en A niveau

Met name trainingsritten in onze eigen omgeving zijn ingedeeld in verschillende niveaus. In oplopende volgorde is er de toergroep (D niveau), en de C, B en A groep. In het technisch beleidsplan, zie [2], wordt uitgebreid aandacht besteed aan deze indeling.

Trainingsritten avond race

De trainingsritten worden doorgaans op alle niveaus aangeboden. Soms worden bij gebrek aan voldoende renners, groepen samengevoegd. In de praktijk is dit dan A en B, B en C of C en D. Omdat vrijwel altijd op alle niveaus gereden wordt blijven de betreffende renners in één groep in principe bij elkaar. Het is daarom van belang dat de juiste groep gekozen wordt. Besef dat dit voor racen op de weg kritischer ligt dan bij MTB ritten. Meestal gaat de keuze goed. Kom je in een groep terecht boven je niveau, overleg dan met de teamcaptain wat te doen. De teamcaptain kan sowieso besluiten de groep te splitsen bij al te grote niveauverschillen, dit komt in een enkel geval voor. De teamcaptain kan ook op sommige gedeeltes van de route bepalen dat er “vrij” gereden wordt. In dat geval kan iedereen met zijn eigen gewenste snelheid gaan rijden. De captain zorgt dan dat er een punt wordt afgesproken, waarbij er weer gewacht wordt. Wees overigens niet verrast als in de laatste kilometers van een rit renners er flink de vaart inzetten en er renners worden gelost. Een specifiek geval betreft een intervaltraining. De ervaring leert dat beginners soms het gevoel hebben dat er geen rekening met hen wordt gehouden. Wees niet teleurgesteld, gun anderen een flinke spurt, kort na de ingezette interval vindt altijd een hergroepering plaats. Nog een tip voor onervaren rijders die beter willen worden, waag de gok eens op een niveau hoger. Leer van de ervaring en wees niet teleurgesteld als je er wordt afgereden. Vervolg je route eventueel individueel (in overleg met de captain) en rijd in je eigen tempo terug. Wellicht ben je na een paar keer in staat om de groep bij te houden. Lukt dat niet handhaaf dan je oude niveau.

Zondagochtendritten race

Op zondagochtend rijden er in de praktijk twee groepen. Op een hoger niveau is dit de A groep of combinatie van A en B. Op een lagere snelheid is dit een C/D groep. Helaas is de “kritische massa” van de vereniging op zondag zodanig dat een C rijder die wat sneller wil rijden als D soms tussen wal en schip valt. In de praktijk rijdt er niet altijd een captain mee. Het gaat doorgaans heel goed. In een enkel geval staat iemand in dubio, met wie mee te gaan. Besef of je jezelf en de groep een plezier doet om mee te gaan. Besef eveneens dat als mensen weten dat je voldoende kilometers maakt men eerder geneigd is een langzamer groepslid te aanvaarden dan  in een geval dat iemand zelden op trainingen verschijnt.

Clubritten race, organisatie volledig bij IJVK

Bij clubritten buiten ons eigen trainingsgebied en georganiseerd in “eigen beheer” is de code ondubbelzinnig: “samen uit, samen thuis”. Denk aan ritten zoals de “Amblève”.  Onderweg kunnen er best verschillen ontstaan. De wegcaptain besluit als er renners wat uit kunnen lopen, wanneer en waar er gewacht gaat worden of dat er gesplitst wordt. Renners rijden per definitie nooit alleen op achterstand, er kan immers pech ontstaan. Op beklimmingen wordt er op de top per definitie op elkaar gewacht. In overleg kan er worden afgeweken van deze regels, doch alleen met toestemming van de wegcaptain. De praktijk leert dat er soms gesplitst wordt. Aan het eind van de rit in de laatste kilometers kan er (beperkt) worden uitgelopen door de sterkste renners.

Clubritten, organisatie door derden

Er zijn clubritten, waarbij de organisatie door derden wordt gevoerd, denk bijvoorbeeld aan de Rabo Bergtour in Ochten. De flexibiliteit is hier groter dan bij ritten georganiseerd in eigen beheer. Verzorging is geregeld en achterblijven kan niet tot problemen leiden. Houd er rekening mee, dat in de laatste 10 kilometer de sterkere renners de tocht op eigen tempo uitrijden. Het teken tot vrij rijden wordt gegeven door de wegcaptain.

MTB trainingen doordeweeks

Bij doordeweekse trainingsritten met MTB zijn niveauverschillen minder relevant. Deelnemers kunnen verwachten dat de groep zo af en toe uit elkaar loopt, maar er wordt korte tijd altijd weer gezorgd voor hergroepering. Aan het eind van de rit kan het voorkomen dat de sterkeren een eindspurt maken naar het clubhuis.

MTB trainingen met een trainer

Ook bij MTB trainingsritten met trainer zijn niveauverschillen minder relevant. De trainer bepaalt de inhoud van de training en houdt per definitie rekening met niveauverschillen.

MTB clubritten

Ook niveauverschillen voor MTB clubritten zijn in de praktijk minder een probleem, vergeleken met ritten op de racefiets. Als er toch al te grote niveauverschillen optreden, bespreek dit met elkaar en maak goede afspraken over het vervolg. Ook hier geldt: zorg dat de laatste man niet alleen rijdt of maak in uitzonderingsgevallen afspraken. Het standby houden van mobiele telefoons is ook een goede optie.

 

Bronvermelding

[1] Uitspraak LJN BM8142, Rechtbank Alkmaar, 14.704519-08

http://jure.nl/bm8142. Zie hieronder de tekst van de uitspraak.

 

 

Datum uitspraak: 17-06-2010

Datum publicatie: 17-06-2010

Rechtsgebied: Straf

Soort procedure: Eerste aanleg – meervoudig

Zaaknummers: 14.704519-08

Vindplaats:

JWR ; 2010, 63
NJFS ; 2010, 252

 

Inhoudsindicatie:
Promis; art. 6 WVW; dodelijk ongeval;

De rechtbank stelt vast dat verdachte, als bestuurder van een racefiets, rijdende in een groep van ongeveer 13 racefietsers, in een waaierformatie over de openbare weg, met een snelheid van 40 kilometer per uur en op 20 à 30 centimeter afstand van zijn voorganger heeft gereden.

Verdachte heeft een fietsster bij het inhalen met zijn bovenlichaam geraakt, waardoor deze is gevallen en uiteindelijk overleden. Conclusie is dat verdachte schuld heeft aan het ongeval. Verdachte heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de verkeersveiligheid. Hij kan deze verantwoordelijkheid niet bij anderen leggen door zich te beroepen op het gebruik binnen zijn wielerploeg dat voorliggers achterliggers waarschuwen voor mogelijke obstakels.

Verwerping van verweer met betrekking tot het causaal verband tussen het verkeersongeval en de dood van het slachtoffer.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 80 uur.

 

 

 

[2] Technisch Beleidsplan 2011 Wielerafdeling IJsclub Voorwaarts, Ton Schell